Fenegriek,
Trigonella foenum graecum,
is een éénjarig, ± 50 cm. hoog kruid met
onschijnbare bleekgele bloemen wat behoord tot de
botanische familie Fabaceae.
Na de bloei vormen zich lange, dunne peulen die
10-20 roodbruine zaden bevatten, plant en zaad
hebben een intensieve onaangename geur. Deze oude
kultuurplant waarvan de herkomst niet precies
bekend is werd al bij de Egyptenaren gecultiveerd.
Fenegriek ook wel Grieks
Hooi - foenum graecum
genoemd, is in het gebied tussen de Middellandse
Zee en China ook overal in het wild te vinden.
Commercieel wordt hij geteeld in Zuid-Frankrijk,
India, Turkije en China, jaarlijks worden
werelwijd 10.000 tonnen zaden geproduceerd. De
zaden staan in de Arabische landen in hoog
aanzien en worden gekookt of geroosterd in de
keuken gebruikt. Het verse zaad wordt vooral
gekauwd. |
 |
Ruim
3000 jaar v. Chr. werd Fenegriek al door de
Egyptenaren gecultiveerd. Het kruid was aan Apis,
de in Memphis vereerde zwarte stier gewijd.
Plantenresten werden eveneens in het graf van
Tutenchamon gevonden en in de Papyrus
Ebers ± 1500 v. Chr. als
een belangrijk geneesmiddel voor de behandeling
van brandwonden genoemd. Het groene kruid werd
als groente gegeten en de zaden werden geroosterd.
Vanuit het antieke Egypte
verspreide de plant zich naar het oosten en was
al snel ook in India en China bekend.
De griekse arts Hippocrates had een voorliefde
voor dit kruid wegens zijn veelzijdige
toepassingen.
Door de Benedictijnen werd het ook in Europa
bekend en verbouwd als medicinale plant. In de 17e
en 18e eeuw waren er meerdere veldculturen in
Saksen en Frankenland. |
Het groene
kruid werd ook als veevoer gebruikt zoals het nu
in de ontwikkelingslanden nog steeds gebruikelijk
is. In de diergeneeskunde zijn de zaden een
heilmiddel voor inwendige en uitwendige
toepassingen vooral bij paarden, schapen en
runderen.
Tot voor kort waren er in
Oostenrijk nog enkele gebiedjes voor de aanbouw
van paardenvoer en het winnen van zaad.
Het gedroogde zaad is een karakteristieke
specerij in de Indische en Arabische keuken, het
typische aroma wordt aan koffie- en vanille
extracten toegevoegd. Ook is het
een bestanddeel van kerrie. Vanwege
de smaak is het kruid in de westerse wereld niet
populair.
In de volksgeneeskunde werd
Fenegriek voorgeschreven bij menstruatieproblemen
en onvoldoende zogvorming. Uitwendig bij huid- en
gewrichtsontsteking, nagelriemontsteking en
cellulitis.
De Chinese en Ayurvedische geneeskunde gebruikt
het kruid traditioneel als versterkend middel,
het wordt o.a. bij het reinigen van de ademwegen
en als therapie bij huidirritaties toegepast. |
Traditioneel
werden plant en zaad in omslagen toegepast bij de
behandeling van huidontstekingen, zweren en
eczeem. Inwendig bij maagpijnen, diabetes en
impotentie. In Ethiopië wordt uit de zaden zelfs
een babyvoeding geproduceerd.
In India wordt het geplette zaad vermengd met
olie ingezet bij de behandeling van haaruitval.
Grieks Hooi is zwak anti-septisch, antibacterieel
en heeft ontstekingremmende en expectorerende
eigenschappen, het kruid wordt vooral toegepast
in omslagen bij de behandeling van etterende
wonden, karbonkels, gezwellen, zweren en
hemorroïden. Mogelijk heeft het ook een anti-diabetische
werking.
Fenegriek essentiële olie
wordt in de aromatherapie gebruikt bij de
behandeling van o.a. gezwellen, steenpuisten,
wonden, hemorroïden, opgezette klieren,
huiduitslag. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van
een kompres of een mengsel met een basisolie. In
de aromalamp kan de olie als expectorans gebruikt
worden en om hoesten te verlichten.
contra-indicatie: niet gebruiken tijdens
zwangerschap, kan bij hogere concentratie
huidirritaties veroorzaken
mengen met: Fenegriek olie kan
uitstekend gecombineerd worden met houtoliën en
andere kruidenoliën. |
|