Meidoorn is een struik of
kleine boom met een lichtgrijze, gladde bast en
witte of roze bloemen. Bij het ouder worden
verandert de bast, deze wordt bruin en ruw, zelfs
gebarsten. Het hout is zeer hard en de boom kan
wel 500 jaar oud worden.
De naam komt uit het Grieks, ''Crataegus''
is afgeleid van ''kratos'',
wat te maken heeft met de hardheid van het hout.
De naam ''oxyacantha'' is
samengesteld uit de woorden ''oxus'',
wat 'scherp' betekent
en ''akantha'',
wat wijst naar de doorns aan de takken. |
 |
De
Meidoorn komt in heel Europa voor in hagen of in
struikgewas. Aan de Meidoorn zijn altijd
bijzondere krachten toegeschreven, zo zou het
omhakken van de boom ongeluk brengen of zelfs de
dood tot gevolg hebben.
Bij de Germanen, Kelten,
Grieken en Romeinen werd de Meidoorn als een
Heilige boom vereerd. Volgens een legende is de
struik ontstaan uit een bliksemschicht. Om deze
reden werd de heester dan ook vaak gebruikt voor
begrafenisvuren, de kracht van de Heilige rook
zou de overledenen rechtstreeks naar de hemel
brengen. |
| In het oude Griekenland en
Rome gebruikte men de Meidoorn bij
huwelijksrituelen om de vruchtbaarheid te
bevorderen. Vreemd genoeg werden de bladeren ook
gebruikt om de kuisheid te bewaren, hiertoe
werden deze in het bed gelegd. Bij de Grieken was
de Meidoorn gewijd aan de Godin Maia, de
naamgeefster van onze meimaand. De Romeinen
beschermenden met Meidoorn hun kinderen tegen
boze bezweringen. |
| In Christelijke tijden werd
de boom gewijd aan Maria, Meidoorns staan dan ook
vaak bij Mariakapelletjes. Net als andere
doornige struiken werd van de Meidoorn gedacht
dat hij de kracht had om bliksem en heksen te
weren. Tevens beschermt hij het huis tegen
stormen. |
|