| De
Andirobaboom, Carapa
guianensis, ook wel Crab-Wood
genoemd, wordt tot 25 meter hoog en groeit
hoofdzakelijk aan de oevers van Braziliaanse
rivieren. De heldergroene bladeren zijn
ellipsvormig en de kleine rood/gele bloemetjes
hebben een onaangename geur. De in trossen
groeiende vruchten lijken op noten. Een boom
draagt ongeveer 200 kg. vruchten en levert
daarmee zaad voor het persen van ca. 7 liter olie.
Deze wordt vooral in de zeepproductie gebruikt |
Traditioneel
worden de zaden door de bevolking verzameld als
ze van de bomen gevallen zijn. Ze worden dan
gekookt en ongeveer 2 weken bewaard tot de zaden
verrot zijn. Daarna worden ze in een eenvoudige
pers die "tipiti" genoemd wordt geperst
om de olie te winnen. Dit vormde lange tijd een
weliswaar karig maar toch belangrijk inkomen voor
de oerwoudbewoners. Helaas worden steeds meer
Andirobabomen geveld om hun mahonie-achtige
uiterlijk waardoor de inheemse bevolking steeds
minder vruchten kan verzamelen en de
olieproductie duidelijk is teruggelopen.
De oerwoudbevolking en
de bewoners van de rivieroevers, de "caboclos"
gebruiken de olie voor de natuurlijke behandeling
van ontstekingen, verstuikingen,
spierverrekkingen en kneuzingen. Ook dient het
als bescherming tegen de zon en verdrijven van
insecten, in het bijzonder van muskieten zoals Aedes
aegypti, de veroorzaker van
dengue
(knokkelkoorts) |
 |
De Munduruku Indianen
gebruikten Andiroba olie voor het mummificeren
van de mensenhoofden die ze als trofeeën
beschouwden. Andere stammen pasten de olie toe
voor het verwijderen van teken en andere
huidparasieten en zelfs voor de behandeling van
dierenbeten. In noordwest Amazonia wordt van
schors en bladeren een thee getrokken die wordt
gedronken bij koorts en gebruikt wordt als
wormdrijvend middel. Uitwendig is deze "thee"
een uitstekende behandeling voor zweren, diverse
andere huidproblemen en parasieten. Schors en
bladeren vinden eveneens hun toepassing bij reuma,
hoesten, griep en zelfs depressies.
|
Ook
gebruiken de Indianen de olie voor de extractie
van plantenpigmenten waarmee ze hun lichaam
beschilderden. Bekend is vooral de helderrode
kleurstof die zodoende wordt gewonnen uit
Anettozaden, hiermee wordt het gehele lichaam en
zelfs het haar ingewreven. Dit biedt een
effectieve bescherming tegen parasieten stekende
insecten en werkt bovendien waterafstotend.
In het
begin van 1800 werd Andiroba olie in Belém
Brazil gebruikt als
stadverlichting en werden straatlantaarns hiermee
gevuld. Een prettige bijkomstigheid was hier dat
zo ook lastige insecten werden geweerd. |
De Andiroba olie heeft
krachtige insectenwerende eigenschappen en in
tegenstelling tot Neemolie, waarvan de Andiroba
familie is, heeft deze olie een aangename
nootachtige geur. Andiroba-olie of Crabolie is
een geel/bruine olie die bij kamertemperatuur
vast is en tot de halfdrogende
oliën behoort. De olie kan toegepast worden in
huidoliën en emulsies voor de gecombineerde huid
met een onreine tendens en gevoelige huiden.
Andiroba olie
wordt in de aromatherapie puur of in mengsels o.a.
gebruikt bij; zwellingen, spierkrampen, spierpijn,
cellulitis en als insectenverdrijver. De olie
bevordert de doorbloeding en heeft antiseptische
en pijnstillende eigenschappen. Andirobaolie laat
zich goed mengen met etherische oliën en andere
basisoliën.
contra-indicatie:
kan puur, bij daarvoor gevoelige personen,
huidirritatie veroorzaken. |
| De
meeste vette plantenoliën kunnen zonder risico
ingenomen worden. Sommige zijn heerlijk in
salades of kunnen gebruikt worden om mee te
bakken. De aromatherapie gebruikt vette oliën
als basis in mengsels met etherische oliën. |
|